Jenaplan

"Voorbereid op de nieuwe samenleving"
Het Jenaplanonderwijs is gebaseerd op de pedagogiek van Peter Petersen. 
Petersen vond dat de school een plaats moest zijn waar kinderen leren én leven. Hij onderscheidt vier kenmerken in het leven van een kind: bewegen, ontdekken en onderzoeken, sociaal gedrag en leergierigheid. 

Ons Jenaplanonderwijs

Typerend voor Jenaplanonderwijs is het werken in stamgroepen. In elke stamgroep zitten leerlingen van verschillende leeftijden en met een verschillend ontwikkelingsniveau bij elkaar. 
 

Spelen, spreken, werken, vieren

Stamgroepleerkrachten zoeken naar mogelijkheden en interesses van het kind en hebben hoge verwachtingen. De leerkracht realiseert een positief pedagogisch- en didactisch klimaat. Daarnaast geven onze leerkrachten vorm aan de vier basisactiviteiten: spreken, spelen, werken en vieren. 

Spreken

In een kringgesprek leren kinderen naar elkaar luisteren, zichzelf uiten en elkaar vragen stellen.

Spelen

Spelen is een manier om fantasie en emoties te uiten en om sociale vermogens te ontwikkelen. Op school maken wij onderscheid tussen vrij spel, geleid spel en begeleid spel.

Werken

Werk is het doelgericht bezig zijn met leeractiviteiten. We verdelen werk onder in instructietijd en zelfstandig werken. 

Vieren

Door samen te vieren, wordt het kind zich ervan bewust dat het deel uitmaakt van de stamgroep en de hele school. Bij een viering ligt het accent op plezier, gemeenschappelijkheid en betrokkenheid bij wat de kinderen beleefd, geleerd en gemaakt hebben. Ouders zijn bij de vieringen van harte welkom. De data staan in de schoolkalender vermeld. 

Ritmisch weekplan

Het weekrooster van een Jenaplanschool wordt het ritmisch weekplan genoemd. Ritmisch geeft aan dat activiteiten volgens een planmatige structuur uitgevoerd worden. Wisseling tussen inspanning en ontspanning, individueel en groepswerk, praten en luisteren, voorbereiden en uitvoeren. 
De bouwstenen voor deze afwisseling zijn ontleend aan het dagelijkse leven. De vier activiteiten spreken, spelen, werken en vieren vormen de basis van het ritmisch weekplan. 

De Kindmap

De Kindmap geeft een beeld van de ontwikkeling van het kind. De kindmap gaat 2x per schooljaar mee naar huis: In januari en in juni. In de kindmap houden de leerlingen zelf bij welke doelen ze hebben behaald en aan welke thema’s ze gewerkt hebben. De stamgroepleiders schrijven 2x per schooljaar een verslag over hun leerlingen en dat komt ook in de kindmap.